Alleen voor docenten

Taalprof Klas is een apart onderdeel van het Taalprof blog, naast het al bestaande Taalprof Plein. Het verschil is dat de berichten in Taalprof Klas alleen maar over grammatica in de klas gaan, en dat ook de discussie daartoe beperkt dient te blijven.

Taalprof Klas zal daartoe strenger worden gemodereerd. Reacties die niet over de klassenpraktijk gaan, zullen zonder verdere opgaaf van redenen worden verwijderd.

zondag 21 april 2019

"Uitleg"

Ik heb het hier in het verleden weleens vaker gehad over in mijn ogen slechte grammaticamethodes, maar zelden ben ik een schoolmethode tegengekomen die het begrip 'uitleg' zo ver heeft opgerekt als de online methode 'Junior Einstein' voor het basisonderwijs.

Misschien doe ik de hele methode onrecht, want de aangeboden leerstof bestrijkt het gehele curriculum, en ik heb alleen gekeken naar het onderdeel 'zinsontleding' voor groep 7 en 8. Maar daar word ik wel heel treurig van.

zaterdag 27 mei 2017

Het afvoerputje van de ontleding

Afgelopen week was ik met een aantal docenten* in gesprek over onze in snel tempo aan populariteit winnende activerende grammaticadidactiek, en we hadden het over onderwerpen die we nog niet afgedekt hadden. Een van die onderwerpen was: de bijwoordelijke bepaling.

"De bijwoordelijke bepaling is het afvoerputje van de ontleding," merkte een van ons op. "Leerlingen benoemen een zinsdeel als bijwoordelijke bepaling als het niks anders kan zijn." Ja dat klopt wel. Maar dat zou je in een didactiek toch graag anders zien. Want wat is eigenlijk een bijwoordelijke bepaling?

zondag 2 oktober 2016

Onbegrijpelijk

In de Facebookgroep Leraar Nederlands stond gisteren de volgende vraag:

Op dit moment kent deze vraag al meer dan honderd reacties, variërend van geïnteresseerd explorerend (Hé, hoe zit dat?) tot geïrriteerd afwijzend (Weg met die vraag!). Hoewel ik hier actief in heb geparticipeerd, zit ik toch met gemengde gevoelens.

zaterdag 20 augustus 2016

"Mij krijg je niet!" sprak de taalprof gevat.

Interessant lesidee op twitter: Sylvia Wenmackers (@SylviaFysica) laat zich inspireren door een blog van Simon Gelten en doet een oproepje om Nederlandstalige Tom Swifties te verzinnen. Wat zijn dat? Wel, de oerversie is een zin uit een Engels jeugdboek over een zekere Tom Swift. Hij luidt:
  • "We must hurry," said Tom swiftly.
In deze oorspronkelijke zin zit een woordspeling op de naam Tom Swift, en het bijwoord swiftly staat op een grappige manier in verband met wat hij zegt. In de boeken over Tom Swift werd deze constructie een soort running gag, en ook buiten de boeken staat hij bekend als een Tom Swifty (de l is in de naamgeving op een gegeven moment weggevallen).

Het schijnt dat Rudy Kousbroek, Broekhuis en (natuurlijk) Hugo Brandt Corstius al verschillende exemplaren hebben bedacht (in het blog van Simon Gelten staan er een aantal), en de constructie heeft in Nederland ook al een eigen Wikipediapagina. Daar staat hij als volgt gedefinieerd:

Een Tom Swifty bestaat uit:
  • een aangehaald citaat
  • een werkwoord dat het spreken uitdrukt (altijd in de verleden tijd)
  • de naam van de persoon die de zin uitsprak (meestal Tom)
  • een bijwoord
Wikipedia zegt er nog bij: "Het bijwoord zorgt voor een komisch effect."

De meeste geciteerde Tom Swifties voldoen niet aan deze strenge criteria. Vaak bevat de zin geen naam maar een andere aanduiding voor het onderwerp, en het bijwoord is ook wel eens een bijvoeglijk naamwoord, een bijwoordelijke bepaling of een bepaling van gesteldheid.

Het verzinnen van Tom Swifties (Sylvia Wenmackers stelde als Nederlandse naam een kousbroekje voor) is voor een grammaticales wel interessant, omdat de bepaling die voor het komische effect zorgt verschillende verbanden onderhoudt met de rest van de zin: allereerst een predicatief verband met het werkwoord (het bijwoordelijke aspect), soms (ook) een predicatief verband met het onderwerp (het gesteldheidsaspect), en iets met het citaat (vaak een tegenstelling of overeenkomst).

Ik heb er zelf al een paar verzonnen, naast de al bestaande en in het blog genoemde exemplaren van anderen, en de varianten die op twitter al gepost zijn als reactie op de oproep van Sylvia (er was ook nog een tweede oproep).

Dit zijn mijn voorbeelden, in de losse vorm zoals die ook door Battus en Kousbroek gemaakt zijn:
  • "Ik heb de mooiste!" riep de motorliefhebber ronkend.
  • "Een heel werk, zo'n beest uitbenen," sprak de walvisjager betraand.
  • "Ik ben ook tegen kattenfilmpjes," merkte Marianne poeslief op. 
  • "Anders zetten we het leger in," verklaarde de dictator defensief.
  • "Het is een onsje meer, mag dat?" sprak de kruidenier afgewogen.
  • "Dit is een stoptrein," zei de conducteur expres.
  • "Ik ben niet blij met zilver," zei de bokser terneergeslagen. 
  • "Ik persoonlijk" nam de taalkundestudent voornaam het woord.
En deze zijn wat "strenger in de leer," omdat de bepaling aan het einde ook de achternaam van het onderwerp vormt, zoals in de oerversie:
  • "Ik ben André van Duins grote voorbeeld," sprak Frans vrolijk.
  • "Ik word nooit meer zwanger!" pufte Sonja barend.
  • "Ik ga weer naar Oost-Indië!" riep Jan Pieterszoon koen.
  • "Die volleyballen zijn te duur," verklaarde de trainer Bert goedkoop.
  • "Je ontleedt te langzaam," zei Barbara snel (Barbara Snel is een bestaande docente Nederlands).

donderdag 11 augustus 2016

Ontleden die hap!

De meeste leraren zitten natuurlijk al tijdens hun vakantie te puzzelen op het begin van het nieuwe schooljaar. Hoe kunnen we die grammatica nou eindelijk eens een beetje activerender en uitdagender behandelen dan met die eeuwige ezelsbruggetjes en vuistregels waar iedereen ongelukkig van wordt? Sommigen onder hen durven het aan op op een geheel nieuwe manier te gaan werken (bijvoorbeeld met de Activerende Grammaticadidactiek van het docentontwikkelteam van de Radboud Universiteit (zie deze gratis didactische bundel). Maar anderen zijn wat voorzichtiger, en willen liever eerst iets kleinschaligers uitproberen.

De taalprof is natuurlijk sterk begaan met elke leraar wie het grammaticaonderwijs ter harte gaat, en stelt daarom graag de onderstaande uitprobeerles ter beschikking, voor alle leraren die hun grammaticaonderwijs eens op een andere manier willen beginnen. Je zou het al in de brugklas op deze manier moeten kunnen doen, maar ook in de hogere klassen kan het nog zinvol zijn (dan moet je misschien wat hints weglaten).

De bedoeling van de les is om de leerlingen een basisinzicht te geven in het taalkundige principe van de subject-predicaatverbinding (de betekenis tussen onderwerp en gezegde), en het begin mee te geven van de verbinding tussen werkwoord en voorwerp. Van daaruit kun je de basisconstructie van de zin verder uitwerken.

De oefening probeert het taalgevoel van de leerlingen aan te spreken door uit te gaan van spreektaaluitingen, waarin het betreffende taalkundige principe zo kernachtig als mogelijk tot uitdrukking komt. Leerlingen worden aangespoord om zelf de betekenis van de uitingen in te vullen.

Reacties, feedback en ervaringen worden sterk op prijs gesteld.

De oefening staat in dit pdf-bestand. Veel plezier ermee!

woensdag 6 april 2016

Een werkvorm voor wie alles al weet van het naamwoordelijk gezegde

De volgende zinnen zien er allemaal hetzelfde uit. Ze beginnen met een onderwerp, en dan krijg je een vorm van het werkwoord zijn, en verderop in de zin staat een voltooid deelwoord. Zo op het eerste gezicht zijn ze dus allemaal hetzelfde. Maar als je beter kijkt, dan zie je grote verschillen!
  1. Onze winkel is geopend.
  2. Het politiebureau is uitgebrand.
  3. Onze leraar is gepromoveerd
  4. Niemand is geïnteresseerd in deze oefening.
  5. Deze serie is in één keer uitgezonden.
  6. Iedereen is verbaasd.
  7. Hij is veranderd.
  8. Mijn ouders zijn getrouwd.
  9. Mijn ouders zijn gescheiden.
  10. Deze film is ingekleurd.
  11. De kaas is gesmolten.
  12. Onze klas is uitgehongerd.
De verschillen tussen deze zinnen komen aan het licht als je de volgende opdrachten uitvoert!

Alles en een klein beetje meer, en dan nog een kleine toevoeging, over het naamwoordelijk gezegde

Het werkwoord zijn met een voltooid deelwoord blijft een lastige kwestie in de ontleding van naamwoordelijk en werkwoordelijk gezegde. In mijn vorige blogpost deed ik al een poging om de zaak te vereenvoudigen: praat over de vraag of het gaat om iets zijn of iets doen (of gedaan hebben), en maak in deze gevallen gebruik van het verschil tussen tegenwoordige tijd en voltooide tijd.

Toch zijn er gevallen waarbij de zaak nog gecompliceerder lijkt (let op: ik schrijf lijkt, want in werkelijkheid is het natuurlijk net zo simpel als alle andere gevallen). Dat zijn de gevallen waarbij het voltooid deelwoord ook nog een veranderingswerkwoord is.